Groeifactoren voor stimulatie celgroei in research setting

Groeifactoren zijn van nature voorkomende substanties die de mogelijkheid hebben om celgroei stimuleren. De groeifactoren zijn belangrijk voor de regulatie van verschillende cellulaire processen, en fungeren als signaalmoleculen tussen cellen. Ze initiëren cellen om te differentiëren en verouderen. Er zijn veel verschillende groeifactoren bekend die allen een andere invloed hebben op de cellen.

Reproduceerbaarheid

Voor het gebruik van groeifactoren in celassays is reproduceerbaarheid van de resultaten van essentieel belang. Eén van de stoffen die invloed heeft op de reproduceerbaarheid is endotoxine.

Endotoxines (lipopolysaccharides, LPS) worden geproduceerd in bacteriën zoals E. coli, die de meest gebruikte bacterie is voor de productie van groeifactoren.

Verschillende studies hebben nu bewezen dat endotoxine contaminatie, die aanwezig zijn in de groeifactoren geproduceerd in E. coli (1 EU/µg of 0.1 ng/ml), de cellen kunnen beïnvloeden. Dit beïnvloedt de reproduceerbaarheid van de celcultuur, omdat kleine verschillen in de concentratie van deze endotoxines onvoorspelbare effecten hebben op celkweek. Het gebruik van endotoxine-vrije groeifactoren verhoogt de reproduceerbaarheid van celkweek experimenten.

  • Verbeterde reproduceerbaarheid verhoogt consistentie in stamcel experimenten
  • Bespaart tijd en kostbare cellen
  • Leidt tot vereenvoudigde transfer van stamcel kweekprotocol voor pre-klinische research naar klinische trials

Invloed van endotoxine op celkweek experimenten, ORFgenetics 2014

Uitgebreid onderzoek laat duidelijk zien wat de invloed van endotoxines, toegestaan tijdens de productie van groei factoren in E.coli, is op stamcel onderzoek.

Advertenties

Microsatellite Instability (MSI)

Darmkanker is een van de meest voorkomende ziektes in de westerse wereld. Ondanks verbeteringen in operatietechnieken en chemotherapie zijn de vooruitzichten niet significant verbeterd in de laatste jaren.

Ondanks verschillende onderzoeken naar dieetfactoren, is de meest voor de hand liggende oorzaak, erfelijkheid, weinig onderzocht. De kennis over erfelijke factoren van kanker is schaars. Dit terwijl de oorzaak van kanker vaker erfelijk is dan is gedacht.

Heredarity nonpolyposis colorectal carcinoma (HNPCC), ook wel Lynch syndroom, is een dominant autosomaal syndroom wat verantwoordelijk is voor 5-10% van alle darmkanker lasten. Het gebrek aan diagnostische karakteristieken heeft gezorgd voor de introductie van bepaalde criteria om een diagnose te kunnen stellen. Deze criteria, Amsterdam criteria I, werden vastgesteld om HNPCC te diagnosticeren.

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de erfelijke factoren van HNPCC waaruit blijkt

PMS2 in colon cancer

PMS2 in colon cancer

dat microsatellite instability (MSI) in sommige gevallen gelinkt kan worden. Eind ’93 werd het verantwoordelijke gen, MSH2, gekloneerd en de mutaties in Lynch syndroom geïdentificeerd. Een tweede gen werd geïdentificeerd in ’94 welke ook werd gelinkt aan Lynch syndroom, MLH1. In de jaren hierna werden ook PMS2 en MSH6 geïdentificeerd als mutaties met Lynch syndroom als gevolg.

DNA replicatie wordt geassocieerd met een eindige error rate, inclusief de incorporatie van  mismatch van baseparen, en het verkeerd aflezen van DNA strengen tijdens duplicatie. Het niet kunnen repareren van deze mismatch resulteert in mutaties. Het DNA MisMatch Repair (MMR) systeem herkent deze fouten tijdens DNA polymerase. Een link tussen MSI en gebrekkige MMR was herkend.

Resultaten van MMR IHC testen vergeleken met MSI testen komen grotendeels overeen. Tijdens een grote studie werd voor het gecombineerd gebruik van MLH1 en MSH2 in IHC een gevoeligheid van 92.3%, en specificiteit van 100% gemeten voor de identificatie van tumoren. De toevoeging van MSH6 en PMS2 aan het IHC panel zou de gevoeligheid moeten verhogen aangezien MSH6 en PMS2 mutaties steeds meer herkend worden als oorzaak van het Lynch syndroom.

Niet alleen het Lynch syndroom maar ook andere kankersoorten kunnen worden herkend met het zogenaamde MSI panel. Dit panel bevat de PMS2, MSH6, MSH2 en de MLH1. Het gebruik van dit panel zou kunnen meewerken aan het onderzoek naar de invloed van erfelijke factoren.